Nahuijs van Burgst, Cornelis Jan Wouter
CodeKRUL2
GeslachtMan
Leeftijd 68
Geboren wo 13 okt 1762 te Goes
Overleden zo 22 mei 1831 te Princenhage (Breda)
Begraven mei 1831 te Breda
BeroepInspecteur der accijnzen
 
Vader Nahuijs, Willem Adriaan
Moeder Zoutmaat, Anna Cornelia
Huwelijk 1786
metCrul, Johanna Elisabeth (Anna)
  
Notities:
-PersoonUit twee biografische bronnen weten we het volgende over het leven van Cornelis Jan Wouter Nahuys. Hij werd geboren in Goes op 13 oktober 1762. Getuige het voorvoegsel ’Mr.’ was hij jurist, waarschijnlijk aan de universiteit van Hardewijk afgestudeerd, waar hij zich op de relatieve hoge leeftijd van 22 inschreef. Na enkele jaren militaire dienst, bekleedde hij vanaf het slot van de achttiende eeuw diverse regionale overheidsfuncties.

Door zijn huwelijk met Johanna Crul in 1786 werd Nahuys heer van het landgoed Burgst bij Breda. In 1790 bouwde hij een landhuis op zijn landgoed, waar hij tot zijn dood op 27 mei 1831 zou leven. Zijn vrouw overleefde hem en het huwelijk bleef kinderloos. Nahuys was een prominent vrijmetselaar.

Belangrijker in onze context is dat Nahuys een groot enthousiasme had voor de natuurwetenschappen: "Hij beoefende vooral de natuur- en wiskunde, over welke vakken hij "eene rijke verzameling van werktuigen en boeken bezat". Voor zover bekend publiceerde Nahuys nooit enig resultaat van zijn studies, maar verwijzingen duiden erop dat tenminste enkele leden van de wetenschappelijke gemeenschap zijn activiteiten op prijs stelden. Zijn waarneming van de zonsverduistering van 7 september 1820 was een van de observaties die de Utrechtse professor Gerrit Moll gebruikte; van diens verslag aan Herschel weten we dat Nahuys "verscheidene horloges" bezat. Een ander die de nauwkeurigheid van zijn observaties loofde, karakteriseerde Nahuys als een "een zeer bekwaam en ijverig voorstander der sterrekundige wetenschap".

Nahuys was ook lid van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, het op een na oudste wetenschappelijk genootschap in Nederland, maar zonder actieve rol. In 1836, vijf jaar na zijn dood, werden zijn instrumenten gecatalogiseerd en geveild door de Amsterdamse instrumentmaker Abraham van Emden. Waarschijnlijk werd de verkoopcatalogus gedrukt, maar totdat er een exemplaar is gevonden, is het onmogelijk iets te zeggen over de aard en omvang van zijn instrumentenverzameling.

Het neoklassieke grafmonument voor Nahuys werd twee jaar na zijn dood opgericht op zijn sterfdag. Deze gebeurtenis ging niet onopgemerkt voorbij. Een plaatselijke uitgever publiceerde een gedenkprent van het monument, met daarbij de Latijnse en Nederlandse tekst op het grafmonument en een afbeelding van het monument met daarop de verschillende wetenschappelijke instrumenten.

Tenminste twee kranten deden er verslag van, met een positief commentaar op het ontwerp en de uitvoering van het monument. Het gietijzeren monument rustte op een hardstenen voet en meette, inclusief het urn-ornament bovenop, 240 bij 125 cm. Het is ontworpen door de Bredaase architect Pieter Huysers en gegoten door de bekende ijzergieterij Nering Bögel in Deventer. Dat het de standaard grafsymbolen vertoonde, zoals de gevleugelde zandloper [vervliegen van tijd], de omgekeerde toorts [het uitgedoofde leven] en de vlinder [wederopstanding], was normaal. Wat ongewoon was, was het reliëf van objecten op de achterzijde, waar verschillende wetenschappelijke voorwerpen opvallen. De wrijvings-elektriseermachine met zijn glasschijf, de Leidse fles en de ontlader, de verrekijker, de globe en wellicht ook de boeken duiden op Nahuys’ actieve betrokkenheid bij de natuurwetenschappen. Dit geldt misschien ook voor de wiskundige instrumenten - passer, graadboog en winkelhaak -, maar omdat Nahuys vrijmetselaar was, kan men deze ook zien als symbolen van de vrijmetselarij.

Het geheel wordt gecompleteerd met twee standaardsymbolen, een zandloper en een brandende lamp [onsterfelijkheid, kennis van God], en een lier/harp, wat mogelijk aangeeft dat Nahuys een voorliefde had voor muziek of voor de kunst in het algemeen. Onder het reliëf staat een Latijnse tekst die verwijst naar de wijsheid van de overledene: "Quod caput amplexum terras fuit ante polumque, / Jam cohibet spatio vilis arena brevi", in de gedenkprent wordt dit vertaald als: "Een handvol kerkhofaard bergt, in zoo eng een kring, / Het hoofd, dat eens ’t verband van ’t scheppingsal omving".

Helaas is het Nahuys-monument ernstig vervallen. Reeds meer dan twintig jaar geleden verscheen een artikel waarin melding werd gemaakt van de slechte staat waarin het monument verkeert. In 1997 stortte het in en werd provisorisch hersteld, waarbij enkele losgekomen onderdelen werden opgeslagen. Het goede nieuws is dat de stad Breda het monument heeft voorgesteld als Rijksmonument, en dat het mogelijk wordt hersteld in zijn oorspronkelijke staat.

Bronnen:

1. Judi Culbertson and Tom Randall, Permanent Parisians. An Illustrated, Biographical Guide to the Cemeteries of Paris (New York: Walker and Company, 1986) en Permanent Londoners. An Illustrated, Biographical Guide to the Cemeteries of London (ibidem, 1991); Hugh Meller, London Cemeteries. An illustrated Guide and Gazetteer (Aldershot: Scholar Press, 19943) (met een sectie ’Most common tombstone symbols’, pp. 32-37); Cees van Raak, Dodenakkers. Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland (Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1995; het Nahuys monument wordt genoemd op p. 111); David Robson, met tekst van Dean Koontz, Beautiful Death. Art of the Cemetery (New York etc.: Penguin Studio, 1996).

2. A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, vol. 9 (Haarlem, 1872), p. 5; A.R.M. Mommers, Brabant van generaliteitsland tot gewest. Bestuursinrichting en gezagsuitoefening in en over de landen en steden van Staats-Brabant en Bataafs Brabant, 14 September 1629 - 1 Maart 1796 (Utrecht/Nijmegen, 1953), vol. II, pp. 476-77

3. Van der Aa (noot 2).

4. ’On the Solar Eclipse which took place on September 7, 1820. Communicated in a Letter to J.F.W. Herschel, Esq. Foreign Secretary, from Professor Moll of Utrecht’, Read May 11, 1821, in Memoirs of the Astronomical Society of London, Vol. 1 (London, 1822), pp. 144-153; p. 150: "Mr. Nahuys had several watches set right at noon, according to a meridian line, which he represents to be drawn with very great accuracy". Deze episode wordt besproken in Huib Zuidervaart, Van ’Konstgenoten’ en hemelse fenomenen. Nederlandse sterrenkunde in de achttiende eeuw (Rotterdam: Erasmus Publishing, 1999), p. 391.

5. Dit was N.H. Greve uit Amsterdam. In het voorwoord van zijn Sterre- en weêrkundige berigten, deel 4 (1821), noemt hij Nahuys van Burgst ’een zeer bekwaam en ijverig voorstander der sterrekundige wetenschap’ en merkt op dat Nahuys’ waarneming het dichtst bij zijn eigen berekening kwam. Op p. 15 noemt Greve Nahuys als een van de negen Nederlandse waarnemers van de eclips.

6. Het Zeeuws Genootschap werd opgericht in 1767. Nahuys werd lid in 1821. Waar het register van leden specifiek functies bij sommige leden vermeldt, stond bij Nahuys slechts vermeld "in Breda". Dat hij lid werd van dit genootschap, in de naastgelegen provincie Zeeland, wil niet zeggen dat hij een bijzondere binding had met de provincie waar hij was geboren. Het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, het equivalent in zijn eigen provincie, zou pas zes jaar na zijn dood worden opgericht.

7. Van Emden verklaarde dit in zijn briefwisseling met het Haagse genootschap Diligentia, waarvan hij de instrumentenverzameling enige jaren later zou verkopen (zie daarover: Peter Wisse, ’The Philosophical Society Diligentia and its Instrument Collection’, Bulletin of the Scientific Instrument Society 67 (December 2000), 3-8; met name p. 6). Van Emden’s brieven, geschreven tussen juni 1839 en februari 1840, zijn nr. 24 in het archief van Diligentia, dat wordt bewaard in het Haags Gemeentearchief. In deze brieven verklaart Van Emden dat hij twee privé-verzamelingen van instrumenten heeft verkocht, die van Nahuys en die van een zekere heer Van de Kasteele, en dat hij opdracht had om de instrumenten van zijn bejaarde klant Generaal C.R.Th. Krayenhoff te verkopen.

8. GRAFGEDENKTEEKEN, den 27. Mei, 1833, geplaatst op het Kerkhof der Protestantsche Gemeente van Breda, genaamd Zuilen, nabij ’s Princenhage. / Breda, bij Van Gulick & Hermans, Boekdrukkers. Een kopie wordt bewaard in het Breda’s Museum, inv. ST 1433. Zie ook de verhandeling over het Nahuys monument door Gerard Otten ,’Twee bijzondere neo-classicistische grafmonumenten op de begraafplaats Zuilen’, Engelbrecht van Nassau. Heemkundige Kring Breda jrg. 16, nr. 1 (maart 1997), 34-37

9. Handelsblad 7 juni 1833 (aangehaald door Otten, vorige noot) en Bredasche Courant 7-8 juni 1833

10. Een gekleurde tekening van het Nahuys-monument door Huysers, welke de voorkant toont, is in het Breda’s Museum, inv. ST 1461

11. Voor meer over deze ijzergieterij, zie Barbara S. Kapsenberg, Uit ijzer gegoten. Beeld van de Deventer ijzergieterij Nering Bögel en haar produkten (1756-1932) (Zutphen, 1982). Het Nahuys-monument wordt besproken en afgebeeld op p. 42.

12. M.L. Stokroos, ’Gietijzeren graftekens in Nederland’, Spiegel Historiael 26, nr. 11 (November 1981); het Nahuys-monument wordt besproken en afgebeeld (ook met een tekening die de constructie van de verschillende losse onderdelen laat zien) op pp. 597-599.
-OverlijdenOp 3 maart 2010 is de begraafplaats Haagveld in Breda een prachtig monument rijker.

Het neoklassieke gietijzeren monument van Cornelis Nahuys van Burgst is, na eerdere mislukte pogingen om fondsen te werven, nu dan eindelijk van de ondergang gered en voor zover mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld door smederij Lilian Fopma uit Harlingen. Het werd in 1831 in opdracht van de weduwe Johanna Crul ontworpen door de Bredase architect P.Huysers en vervaardigd door ijzergieterij Nering Bögel in Deventer. Twee jaar na zijn overlijden werd in 1833, op zijn sterfdag het monument geplaatst.

Dat het monument de standaard grafsymbolen vertoonde, zoals de gevleugelde zandloper [vervliegen van de tijd], de omgekeerde toorts [het uitgedoofde leven] en de vlinder [wederopstanding], was normaal. Wat ongewoon was, was het reliëf van objecten op de achterzijde, waar verschillende wetenschappelijke voorwerpen opvallen.

De wrijvings-elektriseermachine met zijn glasschijf, de Leidse fles en de ontlader, de verrekijker, de globe en wellicht ook de boeken duiden op de actieve betrokkenheid van Nahuys bij de natuurwetenschappen. Dit geldt ook voor de wiskundige instrumenten zoals de passer, winkelhaak en gradenboog, maar omdat Nahuys prominent vrijmetselaar was, kan men deze ook zien als symbolen van de vrijmetselarij.

Tot 1997 heeft het monument de elementen kunnen trotseren. In 1997 is de arduinen sokkel bezweken onder het aangetaste gietwerk. De losse componenten werden opgeslagen en de restanten boden jarenlang een trieste aanblik. Jaren waarin tevergeefs werd gezocht naar geld voor restauratie. Het monument werd in 2007 tot Rijksmonument benoemd. Er werd echter geen subsidie ter beschikking gesteld en dus werd er opnieuw gezocht naar mogelijkheden voor restauratie en door gezamenlijke inspanning van het bestuur van de Protestantse begraafplaats Haagveld, SBC/Zuylen, het restauratieatelier Fopma en een plaatselijke steenhouwer hebben we een zeer bijzonder monument, een eyecatcher om het in goed Nederlands te zeggen, kunnen terugplaatsen.

In 1833 was het 2.40 bij 1.25 meter grote gietijzeren monument krantennieuws tot in Amsterdam.
Bronnen:
-Geboortehttp://www.dodenakkers.nl/artikelen/nahuys.html
-Aangifte overlijden vr 27 mei 1831; BS Breda, Akte 54
-Huwelijk http://www.dodenakkers.nl/artikelen/nahuys.html

Referentie 1070915264
Datum w 25-01-2016